TSK

TSK · Spreuken 2:12

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع

Aangaande de handelingen des mensen, ik heb mij, naar het woord Uwer lippen, gewacht voor de paden des inbrekers;

Het verkeerde hart zal van mij wijken; den boze zal ik niet kennen.

Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.

Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.

Want uw handen zijn met bloed bevlekt; en uw vingeren met ongerechtigheid; uw lippen spreken valsheid, uw tong dicht onrecht.