Aangaande de handelingen des mensen, ik heb mij, naar het woord Uwer lippen, gewacht voor de paden des inbrekers;
TSK
TSK · Spreuken 2:12
مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.
Psalmen 17:4
TSK
Psalmen 101:4
TSK
Het verkeerde hart zal van mij wijken; den boze zal ik niet kennen.
Spreuken 1:10
TSK
Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;
Spreuken 4:14
TSK
Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.
Spreuken 8:13
TSK
De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.
Spreuken 13:20
TSK
Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.
Jesaja 59:3
TSK
Want uw handen zijn met bloed bevlekt; en uw vingeren met ongerechtigheid; uw lippen spreken valsheid, uw tong dicht onrecht.
Dwaalt niet, kwade samensprekingen verderven goede zeden.