TSK

TSK · Psalmen 2:4

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع

Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u.

De Heere belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt.

Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?

Gij koninkrijken der aarde, zingt Gode; psalmzingt den Heere! Sela.

Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.

Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen;

Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust?