TSK

TSK · Psalmen 5:9

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع
Job 32:21 TSK

Och, dat ik niemands aangezicht aanneme, en tot den mens geen bijnamen gebruike!

HEERE! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad, om mijner verspieders wil.

Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uw ogen; opdat Gij rechtvaardig zijt in Uw spreken, en rein zijt in Uw richten.

Spreekt gijlieden waarlijk gerechtigheid, gij, vergadering? Oordeelt gij billijkheden, gij, mensenkinderen?

Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.

Nader tot mijn ziel, bevrijd ze; verlos mij om mijner vijanden wil.

Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen.

Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?

Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?

Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen,

Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij zijt gelijk de graven, die niet openbaar zijn, en de mensen, die daarover wandelen, weten het niet.

Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.