Dat zij krijg voerden met Bera, koning van Sodom, en met Birsa, koning van Gomorra, Sinab, koning van Adama, en Semeber, koning van Zeboim, en de koning van Bela, dat is Zoar.
TSK
TSK · 1 Samuël 13:18
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Genesis 14:2
TSK
Jozua 10:11
TSK
Het geschiedde nu, toen zij voor het aangezicht van Israel vluchtten, zijnde in den afgang van Beth-horon, zo wierp de HEERE grote stenen op hen van den hemel, tot Azeka toe, dat zij stierven; daar waren er meer, die van de hagelstenen stierven, dan die de kinderen Israels met het zwaard doodden.
Jozua 16:5
TSK
De landpale nu der kinderen van Efraim, naar hun huisgezinnen, is deze: te weten, de landpale huns erfdeels was oostwaarts Atroth-Addar tot aan het bovenste Beth-Horon.
1 Kronieken 6:68
TSK
En Jokmeam en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden,
Nehemia 11:34
TSK
Hadid, Zeboim, Neballat,