TSK

TSK · Genesis 13:2

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Back to passage

En de HEERE heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegeven schapen, en runderen, en zilver, en goud, en knechten, en maagden, en kemelen, en ezelen.

En die man werd groot, ja, hij werd doorgaans groter, totdat hij zeer groot geworden was.

En die man brak gans zeer uit in menigte, en hij had vele kudden, en dienstmaagden, en dienstknechten, en kemelen, en ezelen.

De HEERE maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert, ook verhoogt Hij.

Job 1:10 TSK

Hebt Gij niet een betuining gemaakt voor hem, en voor zijn huis, en voor al wat hij heeft rondom? Het werk zijner handen hebt Gij gezegend, en zijn vee is in menigte uitgebroken in den lande.

Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.

De zegen des HEEREN, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij.

Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens.