Genesis 10:14
TSK
En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.
TSK
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.
En Abraham nam schapen en runderen, en gaf die aan Abimelech; en die beiden maakten een verbond.
En hij had bezitting van schapen, en bezitting van runderen, en groot gezin; zodat hem de Filistijnen benijdden.
En het is geschied, toen Farao het volk had laten trekken, zo leidde hen God niet op den weg van het land der Filistijnen, hoewel die nader was; want God zeide: Dat het den volke niet rouwe, als zij den strijd zien zouden, en wederkeren naar Egypte.
Jonathan nu en David maakten een verbond, dewijl hij hem liefhad als zijn ziel.