TSK

TSK · Johannes 19:39

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Back to passage

En zij begroeven hem in zijn graf, dat hij voor zich gegraven had in de stad Davids, en legden hem op het bed, hetwelk hij gevuld had met specerijen, en dat van verscheidene soorten, naar apothekerskunst toebereid; en zij brandden over hem een ganse grote branding.

Ik heb mijn leger met mirre, aloe en kaneel welriekende gemaakt;

Nardus en saffraan, kalmus en kaneel, met allerlei bomen van wierook, mirre en aloe, mitsgaders alle voornaamste specerijen.

Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.

En er was een mens uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden;

Jezus dan zeide: Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis.