TSK

TSK · Johannes 8:7

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Back to passage

Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond?

Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.

Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.

De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.

Die dan een anderen leert, leert gij uzelven niet? Die predikt, dat men niet stelen zal, steelt gij?

Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten, hoe gij een iegelijk moet antwoorden.

En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand; en uit Zijn mond ging een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn aangezicht was, gelijk de zon schijnt in haar kracht.

En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt den wijnpersbak van den wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods.