Van die zult gij deze eten: de sprinkhaan naar zijn aard, en de solham naar zijn aard, en den hargol naar zijn aard, en den hagab naar zijn aard.
TSK
TSK · Mattheüs 3:4
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Leviticus 11:22
TSK
1 Samuël 14:25
TSK
En het ganse volk kwam in een woud; en daar was honig op het veld.
Zacharia 13:4
TSK
En het zal geschieden te dien dage, dat die profeten beschaamd zullen worden, een iegelijk van wege zijn gezicht, wanneer hij profeteert; en zij zullen geen haren mantel aandoen, om te liegen;
Mattheüs 11:8
TSK
Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? Ziet, die zachte klederen dragen, zijn in der koningen huizen.
Markus 1:6
TSK
En Johannes was gekleed met kemelshaar, en met een lederen gordel om zijn lenden, en at sprinkhanen en wilde honig.
Openbaring 11:3
TSK
En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed.