Want de ezelinnen aangaande, die gij heden den derden dag verloren hebt, zet uw hart daarop niet, want zij zijn gevonden; en wiens zal zijn al het gewenste, dat in Israel is? Is het niet van u, en van het ganse huis uws vaders?
TSK
TSK · Spreuken 25:6
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
1 Samuël 9:20
TSK
1 Samuël 18:18
TSK
Doch David zeide tot Saul: Wie ben ik, en wat is mijn leven, en mijns vaders huisgezin in Israel, dat ik des konings schoonzoon zou worden?
Psalmen 131:1
TSK
Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.
Spreuken 25:27
TSK
Veel honigs te eten is niet goed; maar de onderzoeking van de heerlijkheid van zulke dingen is eer.
Jeremia 1:6
TSK
Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong.