Toen zeide Izak tot zijn zoon: Hoe is dit, dat gij het zo haast gevonden hebt, mijn zoon? En hij zeide: Omdat de HEERE uw God dat heeft doen ontmoeten voor mijn aangezicht.
TSK
TSK · 1 Samuël 21:2
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Genesis 27:20
TSK
1 Samuël 19:17
TSK
Toen zeide Saul tot Michal: Waarom hebt gij mij alzo bedrogen en hebt mijn vijand laten gaan, dat hij ontkomen is? Michal nu zeide tot Saul: Hij zeide tot mij: Laat mij gaan, waarom zou ik u doden?
1 Samuël 22:22
TSK
Toen zeide David tot Abjathar: Ik wist wel te dien dage, toen Doeg, de Edomiet, daar was, dat hij het voorzeker Saul zou te kennen geven; ik heb oorzaak gegeven tegen al de zielen van uws vaders huis.
Nehemia 11:32
TSK
Anathoth, Nob, Ananja,
Jesaja 10:32
TSK
Nog een dag blijft hij te Nob; hij zal zijn hand bewegen tegen den berg der dochter van Sion, den heuvel van Jeruzalem.
Colossenzen 3:9
TSK
Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken,