TSK

TSK · 1 Samuël 3:13

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

Doch de zonen van Eli waren kinderen Belials; zij kenden den HEERE niet.

Doch Eli was zeer oud, en hoorde al, wat zijn zonen aan gans Israel deden, en dat zij sliepen bij de vrouwen, die met hopen samenkwamen aan de deur van de tent der samenkomst.

Verder zeide de koning tot Simei: Gij weet al de boosheid, die uw hart weet, die gij aan mijn vader David gedaan hebt; daarom heeft de HEERE uw boosheid op uw hoofd doen wederkeren.

Tuchtig uw zoon, als er nog hoop is; maar verhef uw ziel niet, om hem te doden.

De roede, en de bestraffing geeft wijsheid; maar een kind, dat aan zichzelf gelaten is, beschaamt zijn moeder.

Nu is het einde over u; want Ik zal Mijn toorn tegen u zenden, en Ik zal u richten naar uw wegen, en Ik zal op u brengen al uw gruwelen.

De heidenen zullen zich opmaken, en optrekken naar het dal van Josafat; maar aldaar zal Ik zitten, om te richten alle heidenen van rondom.

Want indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en Hij kent alle dingen.