TSK

TSK · Deuteronomium 32:49

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

Als gij zult gekomen zijn in het land van Kanaan, hetwelk Ik u tot bezitting geven zal, en Ik de plaag der melaatsheid aan een huis van dat land uwer bezitting zal gegeven hebben;

En zij verreisden van Almon-Diblathaim, en legerden zich in de bergen Abarim, tegen Nebo.

Uw ogen zullen den Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.

Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.