En door Uw grote hoogheid hebt Gij, die tegen U opstonden, omgeworpen; Gij hebt Uw brandenden toorn uitgezonden, die hen verteerd heeft als een stoppel.
TSK
TSK · Deuteronomium 33:26
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.
En Hij boog den hemel, en daalde neder, en donkerheid was onder Zijn voeten.
Gij koninkrijken der aarde, zingt Gode; psalmzingt den Heere! Sela.
Geeft Gode sterkte! Zijn hoogheid is over Israel, en Zijn sterkte in de bovenste wolken. [ (Psalms 68:36) O God! Gij zijt vreselijk uit Uw heiligdommen; de God Israels, Die geeft den volke sterkte en krachten. Geloofd zij God! ]
Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.
Bij wien dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen?
Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij.
Omdat niemand U gelijk is, o HEERE! zo zijt Gij groot, en groot is Uw Naam in mogendheid.