Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.
TSK
TSK · Job 16:9
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Job 6:4
TSK
Job 13:24
TSK
Waarom verbergt Gij Uw aangezicht, en houdt mij voor Uw vijand?
Job 18:4
TSK
O gij, die zijn ziel verscheurt door zijn toorn! Zal om uwentwil de aarde verlaten worden, en zal een rots versteld worden uit haar plaats?
Psalmen 35:16
TSK
Onder de huichelende spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden.
Psalmen 50:22
TSK
Verstaat dit toch, gij godvergetenden! opdat Ik niet verscheure en niemand redde.
Daleth. Hij is mij een loerende beer, een leeuw in verborgen plaatsen.
Hosea 6:1
TSK
Komt en laat ons wederkeren tot den HEERE, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden.
Handelingen 7:54
TSK
Als zij nu dit hoorden, berstten hun harten, en zij knersten de tanden tegen hem.