TSK

TSK · Job 2:5

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

En David zeide tot God: Ben ik het niet, die gezegd heb, dat men het volk tellen zou? Ja, ik zelf ben het, die gezondigd en zeer kwalijk gehandeld heb; maar deze schapen, wat hebben die gedaan? O HEERE, mijn God, dat toch Uw hand tegen mij, en tegen het huis mijns vaders zij, maar niet tegen Uw volk ter plage.

Job 1:11 TSK

Maar toch strek nu Uw hand uit, en tast aan alles, wat hij heeft; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen?

Job 2:9 TSK

Toen zeide zijn huisvrouw tot hem: Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf.

Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag.

Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.