En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-El, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-El tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar, en riep den naam des HEEREN aan.
TSK
TSK · Nehemia 11:31
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Genesis 12:8
TSK
Jozua 8:9
TSK
Alzo zond Jozua hen heen, en zij gingen naar de achterlage, en zij bleven tussen Beth-El en tussen Ai, tegen het westen van Ai; maar Jozua overnachtte dien nacht in het midden des volks.
Jozua 18:22
TSK
En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,
1 Samuël 13:2
TSK
Toen verkoos zich Saul drie duizend mannen uit Israel; en er waren bij Saul twee duizend te Michmas en op het gebergte van Beth-El, en duizend waren er bij Jonathan te Gibea-Benjamins; en het overige des volks liet hij gaan, een iegelijk naar zijn tent.
1 Samuël 13:23
TSK
En der Filistijnen leger toog naar den doortocht van Michmas.
Nehemia 7:32
TSK
De mannen van Beth-El en Ai, honderd drie en twintig;
Jesaja 10:28
TSK
Hij komt te Ajath, hij trekt door Migron; te Michmas legt hij zijn gereedschap af.