Zo ik den armen hun begeerte onthouden heb, of de ogen der weduwe laten versmachten;
TSK
TSK · Spreuken 31:20
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Welgelukzalig is hij, die zich verstandiglijk gedraagt jegens een ellendige; de HEERE zal hem bevrijden ten dage des kwaads.
Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte;
Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood den armen gegeven.
Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.
En gijzelve weet, dat deze handen tot mijn nooddruft, en dergenen, die met mij waren, gediend hebben.
Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid.
En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zodanige offeranden heeft God een welbehagen.