Niemand is groter in dit huis dan ik, en hij heeft voor mij niets onthouden, dan u, daarin dat gij zijn huisvrouw zijt; hoe zoude ik dan dit een zo groot kwaad doen, en zondigen tegen God!
TSK
TSK · Spreuken 6:32
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Gij zult niet echtbreken.
Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.
Den goddeloze zullen zijn ongerechtigheden vangen, en met de banden zijner zonden zal hij vastgehouden worden.
Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien.
Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:
Ik keerde mij om, en mijn hart, om te weten, en om na te sporen, en te zoeken wijsheid en een sluitrede; en om te weten de goddeloosheid der zotheid, en de dwaasheid der onzinnigheden.
Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.
Hoererij, en wijn, en most neemt het hart weg.
Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden;