TSK

TSK · Psalmen 25:2

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

Alzo werden de kinderen Israels vernederd te dier tijd; maar de kinderen van Juda werden machtig, dewijl zij op den HEERE, hunner vaderen God, gesteund hadden.

Hoe lang, HEERE, zult Gij mij steeds vergeten? Hoe lang zult Gij Uw aangezicht voor mij verbergen?

Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte!

Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd, en Gij hebt hen uitgeholpen.

Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

Maar ik vertrouw op U, o HEERE! Ik zeg: Gij zijt mijn God.

Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten.

Maar Gij, o HEERE! wees mij genadig, en richt mij op; en ik zal het hun vergelden.

Op U, o HEERE! betrouw ik; laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid.

Hoe lang zullen de goddelozen, o HEERE! hoe lang zullen de goddelozen van vreugde opspringen?

Het is een bevestigd voornemen, Gij zult allerlei vrede bewaren, want men heeft op U vertrouwd.

Alzo zegt de koning: Dat Hizkia u niet bedriege, want hij zal u niet kunnen redden.

Nu dan, HEERE, onze God, verlos ons uit zijn hand, zo zullen alle koninkrijken der aarde weten, dat Gij alleen de HEERE zijt.

Gij zult ze wannen, en de wind zal ze wegnemen, en de stormwind zal ze verstrooien; maar gij zult u verheugen in den HEERE; in den Heilige Israels zult gij u roemen.

Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking.

Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden.