TSK

TSK · 2 Corinthiër 9:6

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع

Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

Er is een, die uitstrooit, denwelken nog meer toegedaan wordt; en een, die meer inhoudt dan recht is, maar het is tot gebrek.

Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood den armen gegeven.

Zaai uw zaad in den morgenstond, en trek uw hand des avonds niet af; want gij weet niet, wat recht wezen zal, of dit of dat, of dat die beide te zamen goed zijn zullen.

En de eerste kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft tien ponden daartoe gewonnen.

En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos; en ik van Cefas; en ik van Christus.

Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn.

En dit zeg ik: Het verbond, dat te voren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.

Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.

En dit zeg ik, opdat niet iemand u misleide met beweegredenen, die een schijn hebben.