TSK

TSK · Jesaja 1:6

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع
Job 2:7 TSK

Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.

Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald.

Gelijk een bornput zijn water opgeeft, alzo geeft zij haar boosheid op; geweld en verstoring wordt in haar gehoord, weedom en plaging is steeds voor Mijn aangezicht.

Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen.

Want zo zegt de HEERE: Uw breuk is dodelijk, uw plage is smartelijk.

Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid.

Er is geen samentrekking voor uw breuk, uw plage is smartelijk; allen, die het gerucht van u horen, zullen de handen over u klappen; want over wien is uw boosheid niet geduriglijk gegaan?

Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.

En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren;