TSK

TSK · Job 9:17

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع
Job 2:3 TSK

En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak.

Job 2:13 TSK

Alzo zaten zij met hem op de aarde, zeven dagen en zeven nachten; en niemand sprak tot hem een woord, want zij zagen, dat de smart zeer groot was.

Job 16:12 TSK

Ik had rust, maar Hij heeft mij verbroken, en bij mijn nek gegrepen, en mij verpletterd; en Hij heeft mij Zich tot een doelwit opgericht.

Job 16:17 TSK

Daar toch geen wrevel in mijn handen is, en mijn gebed zuiver is.

Job 30:22 TSK

Gij heft mij op in den wind; Gij doet mij daarop rijden, en Gij versmelt mij het wezen.

Job 34:6 TSK

Ik moet liegen in mijn recht; mijn pijl is smartelijk zonder overtreding.

De stem des HEEREN breekt de cederen; ja, de HEERE verbreekt de cederen van Libanon.

Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt;

Ziet, een onweder des HEEREN, een grimmigheid is uitgegaan, ja, een pijnlijk onweder, het zal blijven op der goddelozen hoofd.

En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot.

Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.