Toen zeide Jakob tot Simeon en tot Levi: Gij hebt mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners dezes lands, onder de Kanaanieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis.
TSK
TSK · Spreuken 11:29
مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.
Genesis 34:30
TSK
1 Samuël 25:3
TSK
En de naam des mans was Nabal, en de naam zijner huisvrouw was Abigail; en de vrouw was goed van verstand, en schoon van gedaante; maar de man was hard en boos van daden, en hij was een Kalebiet.
1 Samuël 25:38
TSK
En het geschiedde omtrent na tien dagen, zo sloeg de HEERE Nabal, dat hij stierf.
Spreuken 15:27
TSK
Die gierigheid pleegt, beroert zijn huis; maar die geschenken haat, zal leven.
Hosea 8:7
TSK
Want zij hebben wind gezaaid, en zullen een wervelwind maaien; het zal geen staande koren hebben, het uitspruitsel zal geen meel maken; of het misschien maakte, vreemden zullen het verslinden.