TSK

TSK · Spreuken 23:7

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع

Toen zeide Absalom: Zo niet, laat toch mijn broeder Amnon met ons gaan. Maar de koning zeide tot hem: Waarom zou hij met u gaan?

Hij slaat zijn handen aan degenen, die vrede met Hem hadden; hij ontheiligt Zijn verbond.

Brandende lippen, en een boos hart, zijn als een potscherf met schuim van zilver overtogen.

En ziet, sommigen der Schriftgeleerden zeiden in zichzelven: Deze lastert God.

Als Hij nu dit sprak, bad Hem een zeker Farizeer, dat Hij bij hem het middagmaal wilde eten; en ingegaan zijnde, zat Hij aan.