TSK

TSK · Lukas 9:55

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Back to passage

En hij kwam tot de schaapskooien aan den weg, waar een spelonk was; en Saul ging daarin, om zijn voeten te dekken. David nu en zijn mannen zaten aan de zijden der spelonken.

Maar David zeide: Wat heb ik met ulieden te doen, gij zonen van Zeruja! Dat gij mij heden ten satan zoudt zijn? Zou heden iemand gedood worden in Israel? Want weet ik niet, dat ik heden koning geworden ben over Israel?

Job 26:4 TSK

Aan wien hebt gij die woorden verhaald? En wiens geest is van u uitgegaan?

Job 34:4 TSK

Laat ons kiezen voor ons, wat recht is; laat ons kennen onder ons wat goed is.

Job 42:6 TSK

Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.

Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?

Doch Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Al werden zij ook allen aan U geergerd, ik zal nimmermeer geergerd worden.

En ziet, een van degenen, die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hogepriesters, hieuw zijn oor af.

Toen zeide Paulus tot hem: God zal u slaan, gij gewitte wand! Zit gij ook om mij te oordelen naar de wet, en beveelt gij, tegen de wet, dat men mij zal slaan?

Uit denzelfden mond komt voort zegening en vervloeking. Dit moet, mijn broeders, alzo niet geschieden.

Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.