En de naam des mans was Nabal, en de naam zijner huisvrouw was Abigail; en de vrouw was goed van verstand, en schoon van gedaante; maar de man was hard en boos van daden, en hij was een Kalebiet.
TSK
TSK · Spreuken 30:22
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
1 Samuël 25:3
TSK
1 Samuël 25:25
TSK
Mijn heer stelle toch zijn hart niet aan dezen Belials man, aan Nabal; want gelijk zijn naam is, alzo is hij; zijn naam is Nabal, en dwaasheid is bij hem; en ik, uw dienstmaagd, heb de jongelingen van mijn heer niet gezien, die gij gezonden hebt.
1 Samuël 30:16
TSK
En hij leidde hem af, en ziet, zij lagen verstrooid over de ganse aarde, etende, en drinkende, en dansende, om al den groten buit, dien zij genomen hadden uit het land der Filistijnen, en uit het land van Juda.
Spreuken 28:3
TSK
Een arm man, die de geringen verdrukt, is een wegvagende regen, zodat er geen brood zij.
Jesaja 3:4
TSK
En Ik zal jongelingen stellen tot hun vorsten, en kinderen zullen over hen heersen;