TSK

TSK · Psalmen 34:21

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Back to passage

In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.

Zo sprak dan Jonathan goed van David tot zijn vader Saul; en hij zeide tot hem: De koning zondige niet tegen zijn knecht David, omdat hij tegen u niet gezondigd heeft, en omdat zijn daden voor u zeer goed zijn.

Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!

Dezen vermelden van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods.

Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht.

De vijand zal hem niet dringen, en de zoon der ongerechtigheid zal hem niet onderdrukken.

Want de rechtvaardige zal zevenmaal vallen, en opstaan; maar de goddelozen zullen in het kwaad nederstruikelen.

En zijn burgers haatten hem, en zonden hem gezanten na, zeggende: Wij willen niet, dat deze over ons koning zij.

En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar,

Indien u de wereld haat, zo weet, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft.