TSK

TSK · 1 Kronieken 1:4

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon Sem, Cham en Jafeth.

Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht.

Zo waren al de dagen van Noach negenhonderd en vijftig jaren; en hij stierf.

Want dat zal Mij zijn als de wateren van Noach, toen Ik zwoer, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan; alzo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer op u toornen, noch u schelden zal.

En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.

En gelijk het geschied is in de dagen van Noach, alzo zal het ook zijn in de dagen van den Zoon des mensen.

En de oude wereld niet heeft gespaard, maar Noach, den prediker der gerechtigheid, zijn achttal bewaard heeft, als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;