Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.
TSK
TSK · Markus 10:34
مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.
Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd.
Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jonas, den profeet.
Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten.
En de hogepriester, verscheurende zijn klederen, zeide: Wat hebben wij nog getuigen van node?
En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem die op;
En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen Hem.
En het volk stond en zag het aan. En ook de oversten met hen beschimpten Hem, zeggende: Anderen heeft Hij verlost, dat Hij nu Zichzelven verlosse, zo Hij is de Christus, de Uitverkorene Gods.
En zeide tot hem: Alle man zet eerst den goeden wijn op, en wanneer men wel gedronken heeft, alsdan den minderen; maar gij hebt den goeden wijn tot nu toe bewaard.
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;