TSK

TSK · Spreuken 14:35

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع

Zo zeide Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als deze, in welken Gods Geest is?

Het verkeerde hart zal van mij wijken; den boze zal ik niet kennen.

De lippen der gerechtigheid zijn het welgevallen der koningen; en elkeen van hen zal liefhebben dien, die rechte dingen spreekt.

Des konings gramschap is als het brullen eens jongen leeuws; maar zijn welgevallen is als dauw op het kruid.

Een koning, zittende op den troon des gerichts, verstrooit alle kwaad met zijn ogen.

Die de reinheid des harten liefheeft, wiens lippen aangenaam zijn, diens vriend is de koning.

Een heerser, die op leugentaal acht geeft, al zijn dienaars zijn goddeloos.

En zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren.

En de Heere zeide: Wie is dan de getrouwe en voorzichtige huisbezorger, dien de heer over zijn dienstboden zal zetten, om hun ter rechter tijd het bescheiden deel spijze te geven?