TSK

TSK · Spreuken 29:4

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع

Alzo regeerde David over gans Israel, en David deed aan zijn ganse volk recht en gerechtigheid.

En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week al zijn dagen niet af van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed.

Gij hebt een arm met macht; Uw hand is sterk, Uw rechterhand is hoog.

Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid.

Waarzegging is op de lippen des konings; zijn mond zal niet overtreden in het gericht.

Een koning, zittende op den troon des gerichts, verstrooit alle kwaad met zijn ogen.

De Heere heeft een woord gezonden in Jakob, en het is gevallen in Israel.

Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!

Micha 7:3 TSK

Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijner ziel, en zij draaien ze dicht ineen.