TSK

TSK · 1 Kronieken 6:3

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten, wat hem gedaan zou worden.

En de zonen van Jizhar: Korah, en Nefeg, en Zichri.

En Mirjam, de profetes, Aarons zuster, nam een trommel in haar hand; en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien.

Daarna zult gij uw broeder Aaron, en zijn zonen met hem, tot u doen naderen uit het midden der kinderen Israels, om Mij het priesterambt te bedienen: namelijk Aaron, Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar, de zonen van Aaron.

En Mozes sprak tot Aaron, en tot Eleazar, en tot Ithamar, zijn overgebleven zonen: Neemt het spijsoffer, dat van de vuurofferen des HEEREN overgebleven is, en eet hetzelve ongezuurd bij het altaar; want het is een heiligheid der heiligheden.

Uit de kinderen van Uzziel was Amminadab overste, en zijn broederen waren honderd en twaalf.

De kinderen van Amram waren Aaron en Mozes. Aaron nu werd afgezonderd, dat hij heiligde de allerheiligste dingen, hij en zijn zonen, tot in eeuwigheid, om te roken voor het aangezicht des HEEREN, om Hem te dienen en om in Zijn Naam tot in eeuwigheid te zegenen.

Van de Jizharieten was Selomoth; van de kinderen van Selomoth was Jahath.