TSK

TSK · Jakobus 4:9

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage
Job 30:31 TSK

Hierom is mijn harp tot een rouwklage geworden, en mijn orgel tot een stem der wenenden.

Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.

Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.

Tot het lachen zeide ik: Gij zijt onzinnig, en tot de vreugde: Wat maakt deze?

En te dien dage zal de Heere, de HEERE der heirscharen, roepen tot geween, en tot rouwklage, en tot kaalheid, en tot omgording des zaks.

Dan zal zich de jonkvrouw verblijden in den rei, daartoe de jongelingen en ouden te zamen; want Ik zal hunlieder rouw in vrolijkheid veranderen, en zal hen troosten, en zal hen verblijden naar hun droefenis.

De vreugde onzes harten houdt op, onze rei is in treurigheid veranderd.

Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.

Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.

Wee u, die verzadigd zijt, want gij zult hongeren. Wee u, die nu lacht, want gij zult treuren en wenen.

Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.

Zoveel als zij zichzelve verheerlijkt heeft, en weelde gehad heeft, zo grote pijniging en rouw doet haar aan; want zij zegt in haar hart: Ik zit als een koningin, en ben geen weduwe, en zal geen rouw zien.