Waarom geeft Hij den ellendigen het licht, en het leven den bitterlijk bedroefden van gemoed?
TSK
TSK · Job 40:2
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Ben ik dan een zee, of walvis, dat Gij om mij wachten zet?
Zo Hij lust heeft, om met hem te twisten, niet een uit duizend zal hij Hem beantwoorden.
Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.
Indien ik zondig, zo zult Gij mij waarnemen, en van mijn misdaad zult Gij mij niet onschuldig houden.
Maar nu telt Gij mijn treden; Gij bewaart mij niet om mijner zonden wil.
Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld.
Gij zijt veranderd in een wrede tegen mij; door de sterkte Uwer hand wederstaat Gij mij hatelijk.
Gord nu, als een man, uw lenden, zo zal Ik u vragen, en onderricht Mij.
Met wien heeft Hij raad gehouden, die Hem verstand zou geven, en Hem zou leren van het pad des rechts, en Hem wetenschap zou leren, en Hem zou bekend maken den weg des veelvoudigen verstands?
Hij is nabij, Die Mij rechtvaardigt, wie zal met Mij twisten? Laat ons te zamen staan; wie heeft een rechtzaak tegen Mij? hij kome herwaarts tot Mij.
En dien ontvangen hebbende, murmureerden zij tegen den heer des huizes,
Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?
Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij?