TSK

TSK · Job 19:20

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage
Job 7:5 TSK

Mijn vlees is met het gewormte en met het gruis des stofs bekleed; mijn huid is gekliefd en verachtelijk geworden.

Job 33:19 TSK

Ook wordt hij gestraft met smart op zijn leger, en de sterke menigte zijner beenderen;

Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.

Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag.

Verberg Uw aangezicht niet voor mij, neig Uw oor tot mij ten dage mijner benauwdheid; ten dagen als ik roep, verhoor mij haastelijk.

Mijn gebeente kleeft aan mijn vlees, vanwege de stem mijns zuchtens.

Cheth. Maar nu is hun gedaante verduisterd van zwartigheid, men kent hen niet op de straten; hun huid kleeft aan hun beenderen, zij is verdord, zij is geworden als een hout.