TSK

TSK · Klaagliederen 4:8

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Back to passage
Job 2:12 TSK

En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.

Job 30:17 TSK

Des nachts doorboort Hij mijn beenderen in mij, en mijn polsaderen rusten niet.

Job 33:21 TSK

Dat zijn vlees verdwijnt uit het gezicht, en zijn beenderen, die niet gezien werden, uitsteken;

Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald.

Vanwege Uw verstoordheid en Uw groten toorn; want Gij hebt mij verheven, en mij weder nedergeworpen.

Gelijk als velen zich over u ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen;

Onze huid is zwart geworden gelijk een oven, vanwege den geweldigen storm des hongers.

Zij is geledigd, ja, uitgeledigd, uitgeput, en haar hart versmelt, en de knieen schudden, en in al de lenden is smart, en hun aller aangezichten betrekken, als een pot.